Page content

article content

De regie van de bedrijfsarts (BA) 5 – “Het Strategisch Coachmodel” (coaching)

5. Het Strategisch Coachen model: coachen

5.1.        De visie en de rol van de bedrijfsarts
Verzuim is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf. De werknemer is degene die het beste voor zichzelf kan zorgen.

De bedrijfsarts heeft in dit model een strategisch coachende rol. De bedrijfsarts doet dat niet probleemgericht, maar doelgericht. De focus ligt niet op de klachten maar op de krachten. Niet alleen de vraag ‘hoe word ik weer beter’, maar ook de vraag ‘hoe blijf ik gezond’ staat centraal.

5.2.        De kennis
De bedrijfsarts is op de hoogte van de theorie van de coachmatrix en stelt de werknemer in staat om eerst de coachvraag helder te formuleren. Vervolgens stelt de bedrijfsarts vragen waardoor de werknemer zelf in staat is de vier vakken in te vullen. De bedrijfsarts weet wat kantelvragen zijn en stelt die op het juiste moment. Op deze manier krijgt de werknemer antwoord op de gestelde coachvraag.

5.3.        De tools
De bedrijfsarts maakt in dit model gebruik van de coachmatrix (Kouwenhoven, 2007), en coacht de werknemer bij het invullen van de vier vakken: feiten, problemen, doelen en acties.

5.4.        De vaardigheden
De bedrijfsarts is in staat om samen met de werknemer tot een plan van aanpak te komen. De bedrijfsarts is bekwaam in het stellen van kantelvragen: van probleem naar doel en van beperkingen naar mogelijkheden. Van feedbackgericht denken naar feedforward gericht handelen. De bedrijfsarts doet dit niet te vroeg, omdat de werknemer zich dan onbegrepen voelt. Hij doet dit ook niet te laat, omdat dan de klachten teveel worden benadrukt.

 

 

Met de coachmatrix voldoet de bedrijfsarts aan de taak zoals die in 2005 door de NVAB is geformuleerd:
het beoordelen, beschermen, bewaken en bevorderen van de bedrijfsgezondheid.

Informatie uit het gesprek met de bedrijfsarts:

1. Beoordelen van de feiten:
Werknemer is als kind affectief verwaarloosd en mishandeld. Zijn vader had een PTSS syndroom en er was thuis weinig plezier. Hij voelde zich aan zijn lot overgelaten. Op zijn 15 e jaar is hij het huis uit gegaan om te gaan varen.

De werknemer realiseert zich dat hij vroeger als kind geconcludeerd heeft dat hij “niet belangrijk is” en dat je “anderen niet lastig moet vallen, want dan krijg je klappen”. Hij heeft strenge normen ontwikkeld zoals: alles moet perfect, je moet sterk zijn en anderen een genoegen doen. Op deze manier heeft hij vroeger thuis overleefd. Maar nu loopt hij hiermee vast.

2. Beschermen tegen problemen
Het slapen gaat slecht. Eten doet hij met tegenzin. Als hij zich fysiek afmat tijdens sporten, dan piekert hij daarna minder. Lichamelijk contact ervaart hij als onprettig. Hij heeft geen seksuele relatie en vindt het moeilijk om te vragen wat hij nodig heeft.

Hij voelt zich nu door de werkgever ook affectief verwaarloosd en dat roept bij hem alle vroegere gevoelens op.
Toen zijn vader overleed wist hij het zeker: “dit komt nooit meer goed”, en dat gevoel heeft hij nu ook op zijn werk. Er is dus niet alleen sprake van een verstoord rouwproces, maar ook van een neurotische depressie.
Werknemer heeft vroeger geconcludeerd dat het uiten van emoties averechts werkt.
Nu spaart hij gevoelens op, net zoals je zegels spaart in een boekje. Van de spanning die daardoor ontstaat krijgt hij psychosomatische klachten.

Als zijn zegelboekje vol is, dan gebruikt de werknemer dat als legitimatie om zich ziek te melden. De uitspraak ‘’Ik kon er niet langer tegen of er knapte iets in me”, wordt daarbij vaak gebruikt.

De eerste tool: het emogram
De bedrijfsarts gebruikt het emogram en tekent een kolommendiagram waarin hij de 5 basisgevoelens uitzet: boos, bang, blij, bedroefd en body. Onder de nullijn staan de gevoelens die van binnen gevoeld worden, en boven de nul lijn staat de mate waarin deze gevoelens ook geuit worden.

Emogram, Handboek Strategisch Coachen (Kouwenhoven, 2007).

Emogram, Strategisch Coachen – Kouwenhoven Opleidingen

De werknemer ziet daarmee in een oogopslag dat hij zijn boosheid en verdriet onderdrukt en dat de energie hiervan zich vertaalt in de vorm van lichamelijke klachten. De bedrijfsarts maakt duidelijk dat het adequaat uiten van gevoelens ertoe kan leiden dat de lichamelijke klachten daardoor afnemen.

De werknemer reageert opgelucht omdat hij nu een verklaring heeft voor zijn klachten.

De tweede tool: gevoelsboek
De bedrijfsarts geeft werknemer instructies mee om een gevoelsboek bij te houden. Hiermee kan hij bewust worden van zijn gevoel en deze onder woorden brengen.

De derde tool: ‘debriefing’
De bedrijfsarts adviseert werknemer om een ‘debriefing’ te doen (Kouwenhoven, 1999).Daarbij schrijft de werknemer een brief aan zijn overleden vader alsof deze de brief nog zou kunnen lezen.

Kantelvragen
De bedrijfsarts stelt de tovervraag: “wat zou u, als ik kon toveren, het liefste willen dat ik voor u tover? En als uw eerste wens niet kan, wat zou dan uw tweede wens zijn?” De werknemer zegt al snel dat hij een motorzeilschip wil kopen om de kusten langs te varen, samen met zijn vrouw. Verder wil hij zich graag weer fit voelen en in harmonie leven. Daaruit spreekt zijn behoefte aan vrijheid.

De bedrijfsarts vraagt ook: als u zich depressief voelt, wat is dan het omgekeerde van dat gevoel, dat u liever zou willen voelen? Dan noemt de werkgever al snel het woord genieten. Dat is zijn doel.

3. Bewaken van het doel

De tool: de behoeftelijst
De bedrijfsarts geeft werknemer een lijst met basisbehoeften mee(Kouwenhoven, 1985), met de vraag de items op deze lijst te beoordelen in: goed, matig of slecht vervullen van iedere behoefte.

De werknemer en de bedrijfsarts krijgen daarmee inzicht in welke basisbehoeften meer aandacht nodig hebben om het herstel te bevorderen. Daarbij gaat het om lichamelijke, psychologische en spirituele (zingeving)behoeften.

4. Bevorderen van herstelgedrag
In deze fase herziet de werknemer de vroegere conclusies en oefent gedrag dat past bij de nieuwe besluiten, zoals:” ik ben belangrijk, ik mag vragen wat ik nodig heb, mensen zijn er niet op uit om me te bekritiseren, maar kunnen ook aardig tegen me doen”.

De eerste tool: simulaties
De bedrijfsarts gebruikt simulaties en opstellingen met behulp van poppetjes om te oefenen. Daarbij mag de werknemer fouten maken zonder dat er consequenties volgen.

In deze fase gaat werknemer het geleerde toepassen in een situatie met voldoende kans op succes.

De tweede tool: opdrachten
Hierbij krijgt de werknemer opdrachten mee, zoals:

  • Afscheidsgesprek voeren met leidinggevende: bedanken, gemis verwoorden, excuus aanbieden en vertellen hoe hij nu verder gaat.
  • Support systeem opbouwen, privé en op het werk.
  • Kennis maken met nieuwe werkgever en afdeling.
  • Contact maken met nieuwe buren in de straat.

De toekomst
Volgens De Jonge Orde en zeven andere organisaties van jonge zorgprofessionals, is coachen een vaardigheid die iedere arts van de toekomst behoort te beheersen. Zij beschrijven in hun rapport ‘Coach, Cure & Care 2025’ de toekomstige relatie tussen artsen en patiënten(2013). Als het aan deze jonge professionals ligt, staat in het jaar 2025 de preventie centraal. Patiënten voeren de regie over hun gezondheid, maar krijgen als dat nodig is zorg van de juiste zorgverlener, op het goede moment en op de juiste plaats. Patiënten voeren zelf de regie, waarbij de arts of casemanager een coachende rol heeft.

Conclusie
Een goede bedrijfsarts is een medische generalist die op de hoogte is van alle ziektebeelden die een werknemer kan overkomen. Daarenboven is het een bedrijfsarts die op de hoogte is van de juridische wetten en bedrijfsmatige wetmatigheden.

De plek van de bedrijfsarts is veel groter dan verzuim terugdringen of vaststellen van de beperkingen. Het gaat de bedrijfsarts om van de gezondheid van alle werknemers. En die waarde wordt steeds belangrijker naarmate we later met pensioen te gaan.

Een goede bedrijfsarts kan vanuit 5 verschillende modellen conclusies trekken en adviezen geven om de gezondheid van werknemer te beoordelen, te beschermen, te bewaken en te bevorderen en daar de regie over houden.

Daar is iedereen mee gebaat.

 

Kun je niet wachten en wil je nu al leren hoe je je rol als bedrijfsarts nog leuker maakt? Neem dan deel aan de 6 daagse nascholing Strategisch Coachen.
(36 accreditatiepunten)

Wil je meer weten over het observeren van de mentale inzetbaarheid? Neem dan deel aan de nieuwe 3 daagse nascholing Objectiveren Mentale Inzetbaarheid.
(18 accreditatiepunten)

Comment Section

0 reacties op “De regie van de bedrijfsarts (BA) 5 – “Het Strategisch Coachmodel” (coaching)

Plaats een reactie


*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.